Gids

Juiste bandenspanning voor jouw motor

De juiste bandenspanning is misschien wel het belangrijkste — en goedkoopste — onderhoud van je motor. Hieronder een eerlijk overzicht per type motor, plus de praktische tips die wij dagelijks in de werkplaats geven.

Type motorVoorbandAchterband
Sportmotor (solo)2,3 – 2,5 bar2,5 – 2,9 bar
Naked / street2,3 – 2,5 bar2,5 – 2,9 bar
Sport-touring2,5 bar2,9 bar
Touring (solo)2,5 bar2,9 bar
Touring (duo + bagage)2,5 bar3,0 – 3,2 bar
Adventure on-road2,5 bar2,9 bar
Adventure off-road1,8 – 2,2 bar2,0 – 2,4 bar

Richtwaarden — controleer altijd het typeplaatje op je motor of in het instructieboekje. Bij twijfel: bel of WhatsApp ons.

Altijd koud meten

Meet je bandenspanning altijd op koude banden — dus voordat je gaat rijden, of na minimaal 3 uur stilstand. Een warme band geeft makkelijk 0,2 tot 0,3 bar hogere meting. Wie warm meet en aanpast, rijdt vervolgens met te lage druk.

Eens per twee weken controleren

Een motorband verliest natuurlijk lucht — gemiddeld 0,1 bar per maand. Check je spanning elke 2 weken én voor elke lange rit. Een digitale manometer is nauwkeuriger dan de pomp bij het tankstation.

Wat gebeurt er bij verkeerde druk?

  • Te lage druk — slappe band, slecht stuurgedrag, oververhitting en versnelde slijtage aan de zijkanten.
  • Te hoge druk — minder grip, harder rijgedrag, slijtage in het midden van het loopvlak.
  • Verschil voor/achter — onvoorspelbaar gedrag in de bocht.

Duo of bagage?

Rijd je met passagier of bagage? Verhoog de achterbanddruk met 0,2 tot 0,3 bar. Zo houd je de band stabiel en voorkom je oververhitting bij hogere snelheden op de snelweg.